Telefoon 0318-527290
Fax 0318-522357
info@stucgilde.nl
Het Neerlandsch Stucgilde
Nieuweweg 226
3905 LT Veenendaal
Stucgilde
 
April 2011         10 jaar  Neerlandsch Stucgilde  !!!!!!!!!
Stucgilde

Oud stucwerk in Nederland

Onder het kopje ‘ Historie Stucwerk’ is geschetst hoe de ontwikkeling van het stucwerk in Nederland is geweest. Een deel van de nog aanwezige oude en/of monumentale stucplafonds is goed onderhouden, een ander deel is dringend toe aan onderhoud of restauratie. Want ook het stucwerk is uiteindelijk aan verval onderhevig.

De restauratiestukadoor is dé vakman die kan bepalen op welke manier dergelijke plafonds onderhouden, gerestaureerd of gereconstrueerd kunnen worden waarbij behoud voorop staat. De restauratiestukadoor heeft de kennis van de verschillende technieken en materialen die in vroegere tijden werden gebruikt en hoe hij hierop moet aansluiten bij restauraties.

Ook bezit hij voldoende stijlenkennis om het stucwerk in zijn oorspronkelijke gedaante in de tijd te kunnen plaatsen. De verstoringen en soms vele afwerklagen geven iets prijs van de woelige tijden die het stucplafond heeft doorgemaakt. Om iets van die stijlenkennis over te dragen is een kort overzicht te vinden van de belangrijkste stromingen in de architectuur die een grote invloed hebben gehad op de verschillende stijlen van het geornamenteerde stucwerk.

In dit overzicht beperken we ons tot de decoraties in de interieurs, en laten de vormgeving van de gebouwen als geheel voor het grootste gedeelte buiten beschouwing, hoewel deze uiteraard wel samenhangen.

 

Periode

Stijl

Kenmerken

tot aan 1000

Oudheid

In Nederland zijn geen voorbeelden van decoratief stucwerk gevonden. Wel in o.a. Duitsland en Italië. Geen overeenkomstige kenmerken.

1000-1250

Romaans

Gebruik van ronde bogen en glad stucwerk om oneffenheden in baksteen- of natuursteenwerk te verbergen. Basis om schilderingen op aan te brengen in kerken en kapellen.

1200-1550

Gotisch

Geschilderde versieringen op een gladde ondergrond.

1450-1660

Renaissance

In Nederland: hernieuwde belangstelling voor Griekse en Romeinse beschaving. Repeterende elementen. Versieringen zijn deels ingestempeld.

1450-1660

Classicisme

Eenvoudige geometrische patronen.

1600-1800

Barok

Gebruik van kostbare materialen zoals bladgoud en marmer. Rechte lijnen worden zoveel mogelijk vermeden.

1700- 1745

Lodewijk XIV- stijl

 

Symmetrie.

Zware ornamenten. Veel lijstwerk en overdadige versieringen. Mythologische en wereldlijke voorstellingen.

1740-1770

 

Rococo

 

Symmetrische uitvoering van o.a. lijsten, ornamenten en bloemenslingers.

Wereldlijke en mythologische voorstellingen.

1765-1790

 

Lodewijk XVI- stijl

 

Bloemenslingers, architectuurafbeeldingen en

landschapsafbeeldingen

1780-1870

 

Neo-classisme

 

Versieringen zijn ontleend aan Renaissance: zuilen, lisenen, kapitelen, medaillons

arabesken (versieringen met bloem- en plantmotieven).

Vlakverdelingen.

Blokvormige gebouwen zonder pilasters en portieken met reusachtig losstaande zuilen.

Architectonische voorstellingen.

1840-1900

Neo-Gotiek

Imitatie van de Gotische stijl:

Hoge torenspitsen bij de kerken, er wordt echter gebruik gemaakt van machinaal vervaardigd baksteen waardoor de gebouwen er nieuw uitzien.

1840-1910

Eclecticisme

Verzamelnaam van groot scala aan historische stijlen die naast en door elkaar heen werden toegepast bij praktisch alle soorten gebouwen. Drukke composities.

1850-1900

Neo-Renaissance

Gebruik van mens- en dierkoppen als versiering, geblokte bogen boven de vensters en de deuren

1890-1930

Amsterdamse school/ Rationalisme/ Expressionisme

Bijzonder gebruik van dakpannen en baksteen, golvende gevels, veel smeedwerk en beeldhouwwerk

1890-1920

Jugendstil/ Art Nouveau

Gestileerde florale motieven zoals bloemen, planten, stengel en blad, grote glansoppervlakken in ijzeren omlijsten

1917-1960

Het nieuwe bouwen/ Functionalisme

Gebruik van nieuwe bouwmaterialen als staal, prefab panelen en beton.

Door de functie bepaalde vorm.

Afwezigheid van ieder ornament.