Telefoon 0318-527290
Fax 0318-522357
info@stucgilde.nl
Het Neerlandsch Stucgilde
Nieuweweg 226
3905 LT Veenendaal
Stucgilde
 
April 2011         10 jaar  Neerlandsch Stucgilde  !!!!!!!!!
Stucgilde

Bijzondere technieken

Fresco's
Sgraffito
Stucmarmer
Stucco Lustro
Glans- en decoratieve pleisters

   

Fresco's
De oorsprong van dit belangrijke en zeer oude schilderprocédé is moeilijk te achterhalen.
De grotschilderingen van Altemira en frescoschilderingen in Egypte, Italië en Griekenland verwijzen naar al lang vervlogen tijden. In principe komt de frescotechniek neer op het beschilderen van een natte kalkpleisterlaag ("al fresco"). In de loop der jaren (15e eeuw) werd deze benaming aangevuld met de term “buono”. Dit om een onderscheid te kunnen maken tussen verse beschilderingen en de latere beschilderingen op een droge ondergrond, te weten de "secco's".

Iets minder bekend is de temperatechniek. Een tempera is een schildering die gemaakt wordt met pigmenten die vermengd worden met een kleverig bestanddeel zoals lijm of ei. Fresco en tempera worden vaak ook in combinatie met elkaar gebruikt.

Het principe van de fresco's komt neer op "kracht van de kalk". Direct na het aanbrengen van de laatste kalkhoudende pleisterlaag begint het aanmaakwater te verdampen en tegelijkertijd neemt de kalk (calciumoxyde) onder vorming van calciumcarbonaat koolzuur op uit de lucht. De aangebrachte pleisterlagen verstenen op deze wijze dus langzaam en nemen hun oude oervorm (kalksteen) weer in. Tijdens de beschildering op de nog verse pleisterlaag ontstaat op het oppervlak een glasachtig vlies van kristallijne koolzure kalk, die de verf onlosmakelijk met de ondergrond verbindt en die aan de kleuren de eigenlijke fijne sluier van een echte fresco geeft. Kalk is dan ook het enige bindmiddel dat aan de pleisterlagen wordt toegevoegd.

Voor het welslagen van een goede fresco is, meer dan bij welke schildertechniek ook, een goede ambachtelijke basis nodig. Een grote kennis op het gebied van stukadoorstechnieken en materialen is dan ook absoluut noodzakelijk. Steeds meer wordt bij deze techniek een samenwerking gevonden tussen stukadoor en kunstenaar.

Sgraffito
Het woord Sgraffito is afkomstig van het Italiaanse woord sgraffiare, dat krabben betekent.
Een Sgraffito is een decoratieve afwerking waarbij meerdere gekleurde minerale (sier)pleisterlagen over elkaar worden aangebracht, die aan de hand van een ontwerp worden uitgekrabd. Hierdoor ontstaat een kleurrijke decoratie, die afhankelijk van de dikte van de aangebrachte pleisterlagen en het aantal over elkaar aangebrachte pleisterlagen een bijzondere dieptewerking krijgen. De laatste jaren worden ook wel monochrome Sgraffito's gemaakt waarbij alleen sprake is van dieptewerking.
Voor de stukadoor zijn er bij het maken bijzondere aandachtspunten, zoals het aanbrengen van een goede vertin- en raaplaag, die een egale zuiging van de later aan te brengen pleisterlagen moet bewerkstelligen. Daarnaast is het, in verband met de dieptewerking, belangrijk dat alle pleisterlagen overal even dik worden aangebracht.
Uiteraard moet het gewenste ontwerp in relatie tot het totale oppervlak uitgekrabd kunnen worden alvorens de lagen geheel zijn verhard.
In principe grijpt deze techniek terug op één van de eerste uitingen van de mens in zijn grotwoningen. Voorbeelden daarvan zijn nog steeds overal te vinden, al worden ze tegenwoordig goed beschermd tegen de aanwezigheid van toeristen. De grotten in Altamira (Noord Spanje), Lascaux (Frankrijk) en in Zuid Zweden trekken jaarlijks nog veel bezoekers.

Stucmarmer
Stucmarmer werd hoofdzakelijk toegepast in de Baroktijd (1550-1700). In deze tijd bleek het niet altijd mogelijk om, vanwege veelal financiële redenen, natuurmarmer toe te passen. Daarnaast was in die tijd de toepassing van marmer zo veelzijdig dat niet alleen rechte muurvlakken, maar ook zuilen, haardboezems, lijsten en ornamenten in marmer moesten worden uitgevoerd. Op zoek naar een alternatief werd ontdekt dat natuurmarmer bijzonder goed te imiteren was door aan Alabastagips kleurstoffen toe te voegen. De leden van het Neerlandsch Stucgilde weten echter als geen ander dat het maken van een goede stucmarmer veel inzicht en oefening vergt. Om te beginnen moet de afbindtijd van de Alabastagips worden ingesteld. Hierbij moet rekening worden gehouden met de gewenste kleur en structuur. Over het algemeen word hier been- of schrijnwerkerslijm voor gebruikt.
Na het aanmaken van de gips met lijm worden, afhankelijk van de te imiteren marmersoort, kleurstoffen toegevoegd. Met name dit onderdeel vergt veel ervaring. Uiteindelijk wordt de gekleurde gips zo gecompositioneerd dat het overeenkomt met de gewenste marmerstructuur. Over het algemeen gebeurt dit samenstellen van de stucmarmer op een tafel. Aansluitend worden de diverse plakken op de ondergrond (wand of zuil) aangebracht.
Voor het maken van lijsten en ornamenten wordt de gips afgedrukt in speciale mallen. Nadat de gips is afgebonden (de tijd is afhankelijk van de bindtijdinstelling) wordt de gips glad geschaafd en aansluitend nat geschuurd met verschillende soorten schuurpapier. Tussentijds worden de gaatjes die in het oppervlak ontstaan gevuld met een spachtelmassa. Als laatste handeling van het schuren (na gemiddeld 6 schuurgangen) wordt de stucmarmer geslepen met een zogenaamde “bloedsteen”. Nadat de stucmarmer volledig is gedroogd kan een goede hoogglans worden verkregen door de stucmarmer met witte boenwas op te wrijven.

Stucco Lustro
Onder Stucco Lustro wordt verstaan het imiteren van marmersoorten, zoals bijvoorbeeld:
Brèche Violet, St. Remy, Jaune di Sena, St. Anna of elke andere willekeurige fantasiemarmer. In tegenstelling tot de stucmarmertechniek wordt de Stucco Lustro uitgevoerd met verfmaterialen. Ook hier geldt weer dat het maken van een goede imitatie veel ervaring vergt. In principe is een goede vlakke, gladde ondergrond van pleisterwerk geschikt voor het maken van een marmerimitatie. In het algemeen wordt de kleur van de ondergrond ongeveer gelijk gemaakt aan de lichtste tint van de natuurlijke marmersoort.

Marmerimitaties (aderpartijen etc.) worden gemaakt met verfproducten die vaak voor een deel zelf worden samengesteld. Net als bij de stucmarmertechniek dient hier de vakman zijn verf op de gewenste kleur te maken door aan het gebruikte bindmiddel kleurpigmenten toe te voegen. Afhankelijk van de te imiteren marmersoort worden eerst de aderpartijen opgebracht en daar waar nodig "verdast" (verzacht). Zowel voor het aanbrengen van de aderpartijen als voor het verdassen worden speciale penselen en kwasten gebruikt. De "steentjes" worden aansluitend aangebracht en met verschillende tinten (afhankelijk van het gewenste resultaat) kleur gegeven. Daar waar nodig kunnen ook deze licht worden verdast. Indien gewenst kunnen de steenvormen licht worden omrand of kunnen breukvlakken worden geïmiteerd.

Glans- en decoratievepleisters
Veel van de bij het Neerlandsch Stucgilde aangesloten leden zijn gespecialiseerd in decoratieve technieken. Het betreft hier een groot scala aan producten die met behulp van specifieke gereedschappen allemaal een eigen karakter hebben. Een karakter dat hoofdzakelijk wordt bepaald door de textuur en de toegepaste kleur. Het meest bekend zijn wel de Venetiaanse pleisters. Pleisters die door hun structuur en glans het uiterlijk van marmer sterk weten te benaderen. In tegenstelling tot stucmarmer betreft het hier veelal dunlagige pleisters op kalkbasis, die geheel afhankelijk van de gekozen kleur en applicatietechniek een marmerachtig effect teweeg brengen. De term antico, die in de benaming van de pleisters veel voorkomt, verwijst in deze dan ook naar de Romeinse tijd. Op verschillende plaatsen in Italië zijn fraaie pleistertechnieken bewaard gebleven die een goede indruk geven op welke wijze in die dagen het haast onbetaalbare marmer kon worden geïmiteerd. Rond 1960 werd het uiterlijk van deze antieke en decoratieve pleister opnieuw geïntroduceerd. Nu echter met hoogwaardige materialen en een nieuwe visie op vakgebied. Naast deze spaantechniek, die in vele arbeidsgangen wordt aangebracht, zijn er technieken waarbij de decoratieve pleister wordt bewerkt met een verf-, flappen-, erwten- of stekelroller. Deze techniek wordt over het algemeen aangeduid met de term wikkeltechniek. Een andere mogelijkheid is het toepassen van een kloptechniek. Bij de kloptechniek wordt in de eindfase gebruik gemaakt van een spons of van een tamponeerzeem. Daarnaast is er nog een techniek waarbij de textuur wordt bepaald door het toepassen van een kwasttechniek. Door al deze (nieuwe) technieken en kleurmogelijkheden (bijvoorbeeld een parelmoereffect) is het mogelijk haast iedere gewenste eindafwerking te maken en daarmee te voldoen aan een sterk groeiende behoefte van de Nederlandse consument om huis en kantoor te decoreren met een unieke decoratieve pleister.